Veel gestelde vragen

  • Mogen schapen droge bietenpulpkorrels krijgen of is laten weken het beste?
    Om het risico op verstikking te beperken, is het best om de bietenpulpkorrels te laten weken. Indien ze droog in kleine hoeveelheden worden verstrekt, geeft dit normaal gezien weinig problemen, maar voorkomen is beter dan genezen.

.

  • Als men mestlammeren opkweekt op stal, moeten die dan even vaak ontwormd worden als lammeren die op de weide opgroeien?
    Lammeren die op stal groot gebracht worden, lopen weinig tot geen risico op wormbesmetting. De meeste belangrijke wormsoorten kunnen immers niet overleven in een stalklimaat. Indien er zich geen problemen voordoen, is ontwormen dan ook niet nodig. Enkel coccidiose moet in de gaten gehouden worden (geen worm maar een ééncellige parasiet) omdat deze zowel in de weide als op stal problemen kan veroorzaken.
    Coccidiose veroorzaakt diarree bij lammeren tussen 4 en 6 weken oud.
    Preventief behandelen is in principe niet nodig op voorwaarde:

    • dat er regelmatig gemonitord wordt aan de hand van mestonderzoek
    • dat de lammeren in een propere droge stal zitten en
    • dat leeftijdsgroepen zoveel mogelijk gescheiden worden (geen jonge lammeren samen met oudere lammeren).

.

  • Geeft het scheren van ooilammeren een 6-tal weken alvorens ze gedekt worden betere resultaten wat dracht en aantal lammeren betreft?
    Net zoals scheren van ooien zes à 8 weken voor het werpen soms aanbevolen wordt zullen voor ooilammeren wellicht volgende elementen spelen :

    • Ooilammeren hebben meestal een dik pak wol staan.  Bij scheren zullen ze ‘proper’ zijn om gedekt te worden  , dus geen vuile wol aan de achterhand die ongunstig is voor de bevruchting.
    • Geschoren lammeren nemen omdat ze het ‘kouder’ hebben meer voeder op (idem voor geschoren drachtige ooien). Door de hogere voederopname (energie-opname)  komen ze beter in een goede conditie die meer eicelleen laar vrijkomen bij bronst en waar verdere goede voeding ook voor een betere innesteling van de bevruchte eicellen zorgt. (A. Calus)