Operationele groep: Nood aan micro-slachtslachthuizen

 

Vele kleine, regionale slachthuizen zijn in de afgelopen jaren gesloten waardoor het transport vanaf de boerderij tot aan een slachthuis groter is geworden en langer duurt. De transportafstand en de transportduur zijn belangrijke factoren in het stressgehalte van de dieren in de laatste levensuren. Bovendien is de schaalvergroting en de diergebonden specialisatie van de resterende slachthuizen een hinderpaal voor veehouders die hoevevlees aan de man brengen. Zo is er in de regio Antwerpen – Vlaams Brabant – Limburg geen kleinschalig slachthuis aanwezig. In de afgelopen lock down periode werd dit gemis nog versterkt. In de afgelopen jaren is de haalbaarheid van een mobiel slacht-huis onderzocht. Voor het slachten van pluimvee is dit haalbaar, maar voor grotere landbouwhuisdieren is de rendabiliteit van een mobiele slachteenheid een struikelblok. Bij runderen zijn er vijf tot zes slachtingen per dag nodig opdat ze rendabel zouden zijn. Dit aantal lijkt minimaal, maar welke veehouder laat op 1 slachtdag zoveel dieren slachten? Een oplossing zou zijn om dieren van meerdere dierhouders naar 1 (mobiele) slachtlocatie te voeren, maar hierbij zou het voordeel van het wegvallen van het transport niet langer aanwezig zijn. Dit bracht de operationele groep samen en op het idee om de haalbaarheid van het (her)openen van kleine, regionale slachthuizen te bestuderen waarbij verschillende grotere diersoorten (schapen, geiten, herten, varkens, runderen en paarden) kunnen worden geslacht. De ultieme betrachting is om samen-werkingsverband(en) op te richten om lokale, kleinschalige slachthuizen uit te baten. Dit moet de transportafstand naar slachthuizen reduceren, het dierenwelzijn optimaliseren en korteketenafzet stimuleren.